Kennis
Kan restwarmte van een datacenter echt kassen of een woonwijk verwarmen? De temperaturen, de kosten en wie wat betaalt
Toby Demelker Founder & CTO
De eerlijke openingszet
Wie over restwarmte van datacenters schrijft, moet zich eerst verhouden tot het scherpste stuk dat erover is verschenen. Follow the Money publiceerde een onderzoek met als kop "'Groene' restwarmte datacenters is vooral kille PR", en de kern van dat verhaal is een cijferreeks die niet weg te redeneren is.
Google's Eemshaven-datacenter begon met een plan uit 2010: de "duurzaamheidsdriehoek", waarin energiecentrale, datacenter en kassen elkaar zouden voeden. De bouw startte in september 2014, de opening volgde in december 2016. Al in 2012, vóórdat het datacenter openging, was de kassenpoot van het plan losgelaten. De geprojecteerde jaarlijkse warmteopbrengst, 4,5 petajoule, werd destijds voorgesteld als theoretisch genoeg om 110.000 woningen te verwarmen. Wat er in de praktijk mee gebeurt: volgens FTM wordt circa 90% simpelweg geloosd in de lucht en circa 10% in water, inmiddels via een pijpleiding naar zee.
FTM's tweede onderzoek, over de Equinix-restwarmteplannen in Amsterdam Watergraafsmeer, is nog directer met cijfers. Het plan verbindt ongeveer 1.650 huishoudens aan een warmtenet dat deels wordt gevoed door Equinix' restwarmte, van circa 30°C. Buurtcoöperatie MeerEnergie schatte de totale netwerkkosten op €40 miljoen, oftewel ongeveer €24.000 per huishouden, waarvan de gemeente circa €7.000 per huishouden bijdraagt via €11,2 miljoen subsidie. Omdat het bestaande netdeel 70 tot 85°C nodig heeft, is een industriële warmtepomp onvermijdelijk. FTM rekende door wat dat een gemiddeld huishouden oplevert: ongeveer 5.000 kWh extra stroomverbruik per jaar, zo'n €1.125 aan extra kosten, tegenover ongeveer €1.185 aan bespaard gas. Het nettoresultaat is nauwelijks een besparing, en FTM stelt dat de CO2-uitstoot, gegeven de Nederlandse stroommix, per saldo zelfs kan stijgen in plaats van dalen.
Diezelfde kritiek keert terug bij Hollands Kroon/Agriport, waar tuinders al zelfvoorzienend blijken via geothermie, en bij Zeewolde, waar de geplande 25-30°C restwarmte niet aansluit op het lokale biogasnet van 70°C. FTM's conclusie is scherp: bedrijven en gemeenten die de restwarmtebelofte blijven herhalen terwijl de praktijk daar herhaaldelijk niet aan voldoet, "kunnen zich niet van de domme blijven houden."
Dat is geen kritiek die met een tegenvoorbeeld te wegpoetsen is. Over de manier waarop restwarmtebenutting bij datacenters tot nu toe grotendeels is aangepakt, aangekondigd voordat er een afnemer, een temperatuurmatch of een contract stond, heeft FTM grotendeels gelijk. Dat is het uitgangspunt van dit artikel, niet de tegenwerping. De rest van dit stuk legt uit waarom dat gebeurt (de natuurkunde en de economie zijn onverbiddelijk), welke projecten wél werken en waarom, en hoe u een echt project onderscheidt van een aangekondigd plan.
De natuurkunde eerlijk
Het probleem begint bij temperatuur. Een datacenter produceert warmte op een niveau dat zelden aansluit op wat een afnemer nodig heeft, en dat gat moet worden overbrugd, meestal met een warmtepomp die zelf weer stroom kost.
| Wat | Temperatuurniveau | Bron |
|---|---|---|
| Luchtgekoeld datacenter, retourlucht/water | circa 25-33°C | RVO, Duurzaam Gebouwd, Stichting Warmtenetwerk |
| Vloeistofgekoeld (immersion), direct aan de bron | circa 50-60°C (indicatief) | Dutch Cloud Community |
| Klassiek (hogetemperatuur) warmtenet | circa 70°C nodig | FTM |
| Lagetemperatuur (LT, 4e generatie) net | bron circa 40-50°C, levering circa 50°C | NPLW |
| Zeer lagetemperatuur (ZLT) net | 10-30°C, eigen warmtepomp per woning | NPLW |
| Nieuwbouwwoning, label B of beter | ontworpen op circa 40°C aanvoertemperatuur | NPLW, Milieu Centraal |
| Kasverwarming, groeibuis (laag) | circa 50°C | Royal Brinkman |
| Kasverwarming, luchtverwarming (hoog) | circa 90°C | Royal Brinkman |
Het patroon is duidelijk: een luchtgekoeld datacenter levert 25-33°C. Een bestaand hogetemperatuurwarmtenet wil 70°C. Bestaande woningen op de gemiddelde CV-ketel willen 70-85°C. Zelfs de mildste kasverwarming (groeibuis) wil nog 50°C. Alleen zeer lagetemperatuurnetten, nieuwbouwwoningen op label B of beter, en groeibuisverwarming in kassen liggen in de buurt van wat een datacenter rechtstreeks kan leveren. Vloeistofgekoelde systemen leveren een hogere brontemperatuur en verkleinen dat gat, maar het gat verdwijnt zelden helemaal.
Vandaar dat er bij vrijwel elk project een warmtepomp tussen zit. Zo'n pomp wordt uitgedrukt in COP (coefficient of performance): een COP van 4 betekent 4 kWh geleverde warmte per 1 kWh verbruikte elektriciteit. Als vuistregel wordt een warmtepomp pas voordeliger dan een gasketel bij een COP boven ongeveer 2,7, bij de gangbare Nederlandse gas-elektraprijsverhouding. Dat is een vuistregel, geen vaste waarde: de daadwerkelijke COP van een specifiek project hangt af van de temperatuursprong die de pomp moet maken, en die is nergens voor een concreet Nederlands datacenterproject gepubliceerd.
Twee praktijkvoorbeelden laten zien hoe dat er in het echt uitziet. In Aalsmeer verlaat het warme water het NorthC-datacenter via een open lus, waarna afnemers het zelf met een warmtepomp naar een bruikbaardere temperatuur optrekken. In Hengelo wordt de restwarmte van het Previder-datacenter opgewaardeerd via een gasgestookte warmtepomp, niet elektrisch, om het naastgelegen Odin-kantoorgebouw te verwarmen. Beide voorbeelden bevestigen hetzelfde mechanisme: de temperatuur die een datacenter levert, is bijna nooit de temperatuur die een afnemer nodig heeft, en het overbruggen daarvan kost geld en, meestal, extra energie.
Wat het kost en wie betaalt
De ACM stelt jaarlijks maximumtarieven voor warmte vast, gebaseerd op het "niet-meer-dan-anders"-principe: de prijs mag niet hoger liggen dan wat een gemiddeld huishouden met een gasgestookte HR-ketel zou betalen. Voor 2026 komt dat neer op maximaal €40,97 per GJ variabel tarief (was €43,79 in 2025) en maximaal €827,91 per jaar vastrecht (was €760,77), de gezamenlijke vaste kosten voor verwarming, warm tapwater, meettarief en afleverset.
| Kostenpost | Indicatie (2026) | Bron |
|---|---|---|
| ACM max. variabel tarief warmte | €40,97/GJ | ACM |
| ACM max. vastrecht | €827,91/jaar (verwarming, tapwater, meting en afleverset samen) | ACM |
| Aansluitkosten bestaande bouw op warmtenet | €3.000-6.000, tot €5.000-12.000 in sommige gevallen | Duurzaam Bouwloket, NPLW |
| Afleverset (warmtewisselaar in huis) | €1.500-2.500 | Duurzaam Bouwloket |
| Industriële warmtepomp, subsidieplafond | max €2.250/kW thermisch (subsidiegrens, geen marktprijs) | onderzochte subsidieregeling |
| Watergraafsmeer, totale netwerkkosten | €40 miljoen / circa 1.650 huishoudens ≈ €24.000/huishouden, waarvan gemeente circa €7.000 dekt | FTM |
Die laatste regel is de belangrijkste van de tabel. De aansluitkosten die een huishouden zelf ziet, een paar duizend euro, zijn niet het bedrag dat het systeem werkelijk kost. Bij Watergraafsmeer omvat €24.000 per huishouden ook het gedeelde netwerk en de warmtepompinstallatie die de temperatuur optrekt, niet alleen de laatste meters naar de voordeur. Dat verschil, tussen wat de burger betaalt en wat het systeem kost, is precies waar restwarmteprojecten financieel vastlopen: iemand moet het verschil dragen, en dat is meestal de gemeente, de netbeheerder, of de subsidiepot.
Voor industriële warmtepompen zelf is er geen betrouwbare marktprijs per kW te geven op basis van dit onderzoek: de €2.250/kW die in één subsidieregeling als plafond wordt gehanteerd, is een subsidiegrens, geen prijs die de markt daadwerkelijk rekent.
Wat betreft regelgeving: de Wet collectieve warmte (Wcw) is op 3 juli 2025 door de Tweede Kamer aangenomen, op 9 december 2025 door de Eerste Kamer, en op 22 januari 2026 in het Staatsblad gepubliceerd. Volledige inwerkingtreding staat gepland voor 1 januari 2027. Tot die datum geldt nog grotendeels het oudere Warmtewet-regime, met de ACM-tarieven hierboven als het huidige kader. De Wcw moet warmtebedrijven straks steviger onder gemeentelijke regie brengen en consumentenbescherming en prijsvorming aanscherpen, maar wie nu over "wie betaalt" schrijft, moet erkennen dat het huidige kader nog het oude is.
Al deze cijfers samen verklaren waarom de businesscase zo vaak vastloopt: de kosten van uitkoppeling, warmtepomp en netaanleg zijn reëel en substantieel, terwijl de opbrengst wordt begrensd door een ACM-tarief dat is vastgepind aan de gasprijs. Een project waarbij de afstand tot de afnemer klein is en de temperatuur al aardig aansluit, heeft een kans. Een project op afstand, met een groot temperatuurgat, meestal niet, ongeacht hoeveel restwarmte er in theorie beschikbaar is.
De projecten die wél werken, en waarom
Niet elk restwarmteproject is PR. Een aantal Nederlandse projecten heeft een concrete, gecontracteerde afnemer, en dat maakt het verschil zichtbaar.
NorthC Aalsmeer, de "Energy Hub Aalsmeer", verwarmt sinds 2015 gasloos een kinderopvang, sportcentrum De Waterlelie en plantenexporteur Fertiplant in de wijk Hornmeer, met steun van RVO via de MJA3-ICT-regeling en de DEI-subsidie. Het datacenter krijgt in ruil koude terug, wat weer elektriciteit voor koeling bespaart. Dit is geen aangekondigd plan maar een lopende, kleinschalige uitwisseling met afnemers die letterlijk naast de deur zitten.
WarmteStad/QTS Groningen levert sinds eind december 2022 restwarmte aan het warmtenet in Zernike, Paddepoel en Selwerd, opgewaardeerd via warmtepompen op groene stroom. De doelstelling van het net is om meer dan 10.000 huishoudens, gebouwen en instellingen te bedienen, het grootste met naam genoemde Nederlandse datacenter-warmteproject in dit onderzoek. Belangrijk om precies te zijn: dat aantal is het ontwerp-target van het netwerk, geen bevestigd aantal actuele aansluitingen vandaag.
Interxion/Digital Realty, Schiphol-Rijk, tekende een intentieverklaring voor het "Slim Groen Warmtenet" (Polderwarmte) naar de bedrijventerreinen RichPort en Starpark. De eerste fase wordt geprojecteerd op 45.000 GJ per jaar, 1,5 miljoen m³ gasbesparing en 2.500 ton vermeden CO2. Jaar vijf zou volgens dezelfde projectie 75.000 GJ moeten worden. Dit zijn de eigen projecties van de exploitant, geen onafhankelijk geaudit geleverd volume.
Switch Datacenters, Uithoorn, tekende op 21 juli 2026 een overeenkomst met gemeente Uithoorn, het DKK-glastuinderscollectief, Greenport Aalsmeer en netbeheerder Liander om "datathermie" te leveren aan kassen, in ruil voor koelwater terug. Het datacenter (AMS6) opent naar verwachting vanaf 2028, in een herbestemd logistiek pand. Er is een SDE++-subsidie toegekend, bedrag niet openbaar. Vermogen, temperatuur of GJ-cijfers zijn bij ondertekening niet gepubliceerd.
En dan is er Mijnwater in Heerlen, niet één datacenterproject maar het model dat zowel FTM als RVO als het voorbeeld noemen dat wél werkt: een multi-bron, opslag-gebufferd warmtenet dat datacenters, zon, wind en biomassa combineert, met warmteopslag in oude mijnschachten. Een datacenter levert er warmte aan het gerenoveerde APG-hoofdkantoor en een schoolcomplex. Het werkt juist omdat het geen enkelvoudige pijp van één datacenter naar één afnemer is, maar een systeem dat vraag en aanbod kan balanceren.
Het patroon dat uit deze vijf voorbeelden naar voren komt: een afnemer die dichtbij zit, een temperatuur die redelijk aansluit (of een tussenpartij die bereid is de warmtepomp te financieren), en een contract of lopende levering, niet alleen een aangekondigde potentie. NorthC Aalsmeer heeft alle drie sinds 2015. WarmteStad/QTS heeft een lopende levering met een nog te bevestigen einddoelstelling. Interxion en Switch Uithoorn hebben een getekende afspraak, wat een echte en betekenisvolle mijlpaal is, maar nog geen operationeel, gekwantificeerd systeem.
Zo herkent u een echt restwarmteproject
Wie een restwarmteclaim wil beoordelen, gemeente, tuinder of journalist, kan met een beperkte set vragen het onderscheid maken tussen een werkend project en een persbericht.
- Hoe ver zit de afnemer vandaan? Afstand is, volgens sectorbronnen, de meest doorslaggevende economische variabele. Er bestaat geen harde afstandsgrens in de bronnen voor dit artikel, maar een datacenter zonder warmtevraag in de buurt heeft geen realistisch potentieel, ongeacht het volume restwarmte dat het produceert.
- Welke temperatuur levert het datacenter, en welke temperatuur heeft de afnemer nodig? Zie de tabel in hoofdstuk twee. Hoe groter het gat, hoe meer warmtepomp, hoe meer extra elektriciteit, hoe wankeler de businesscase.
- Gaat het om gecontracteerde GJ, of om aangekondigde potentie in PJ? Eemshaven's 4,5 PJ per jaar bestond alleen op papier. Interxion's jaar-5-cijfer van 75.000 GJ is een projectie. WarmteStad's 10.000 huishoudens is een netwerkdoelstelling. Een goed antwoord specificeert of een cijfer ontwerp-capaciteit, contract, of daadwerkelijk geleverd is, en een artikel of persbericht dat dat onderscheid niet maakt, verdient wantrouwen.
- Wie draagt het risico van de warmtepomp en van kostenoverschrijding? Bij Aalsmeer lag dat risico vooral bij de partij die er het meest bij te winnen had, maar de verdeling was vooraf niet altijd duidelijk. Vraag daar expliciet naar.
- Staat het al in het ontwerp of de vergunning, of alleen in het persbericht? Een getekende intentieverklaring (Uithoorn, Polderwarmte) is een reëel startpunt, geen bewijs van een operationeel systeem. Vraag naar de eerstvolgende meetbare mijlpaal, niet naar de aankondiging.
- Is er een harde verplichting achter, of is het vrijwillig? Duitsland's EnEfG verplicht nieuwe datacenters vanaf 300 kW aansluitvermogen, die vanaf 1 juli 2026 in bedrijf gaan, tot een Energy Reuse Factor van minimaal 10%, oplopend naar 15% vanaf juli 2027 en 20% vanaf juli 2028, zonder haalbaarheidsuitzondering voor nieuwbouw. De EU-richtlijn energie-efficiëntie stelt voor grotere faciliteiten een zachtere verplichting: restwarmte benutten, tenzij een kosten-batenanalyse aantoont dat het technisch of economisch onhaalbaar is. Een harde kwotaverplichting produceert structureel meer geauditeerde, echte restwarmtebenutting dan een vrijblijvende aankondiging. Dat verschil is een bruikbare vuistregel voor hoe serieus een claim te nemen is.
Wat wij als ontwerpuitgangspunt hanteren
GreenDatacenters heeft, op het moment van schrijven, geen enkel gepubliceerd cijfer, geen °C, geen GJ, geen MW, voor eigen restwarmtelevering. Dat is een bewuste constatering, geen omissie: er bestaat simpelweg nog geen operationeel, gekwantificeerd project om over te rapporteren, en na alles hierboven zou het oneerlijk zijn om dat te suggereren.
Wat we wel vastleggen, is een ontwerpuitgangspunt voor nieuwbouw. Op onze pagina Duurzaamheid & Omgeving staat het zo: "Warmte die door rekenapparatuur en koelinstallaties wordt gegenereerd, wordt aan de bron opgevangen en gereedgemaakt voor terugwinning." En specifiek voor de situaties die dit artikel behandelt: "Waar een afnemer in de buurt aanwezig is, zoals de glastuinbouw of een warmtenet, wordt teruggewonnen warmte ontworpen voor hergebruik in plaats van als afval behandeld." Dat betekent dat locatiekeuze en de afweging rond een nabije afnemer al bij de eerste schets meespelen, niet pas nadat een datacenter al staat en de vraag zich achteraf voordoet, zoals bij Eemshaven.
Ons eigen duurzaamheidskader noemt "Teruggewonnen warmte" en "Herbruikte warmte" expliciet als gemeten categorieën, met de toevoeging dat er geen doelwaarden worden gepubliceerd voordat die onafhankelijk zijn gevalideerd. "Groen, gemeten. Niet verkocht," zoals de site het zelf stelt. Dat is een ontwerpintentie voor toekomstige projecten, geen claim over een bestaand, werkend systeem, en het verschil tussen die twee is precies waar dit hele artikel over gaat. Wanneer er wél cijfers zijn om te publiceren, doen we dat, op dezelfde pagina, met dezelfde bronvermelding als hierboven. Tot die tijd geldt: wat niet met een cijfer of contract te onderbouwen is, communiceren we niet als vaststaand.
Vragen over een specifieke locatie, een warmtenet in de buurt, of een glastuinbouwcluster dat interesse heeft in restwarmte: neem contact op.
Bronnen
- 01 Follow the Money, "'Groene' restwarmte datacenters is vooral kille PR"
- 02 Follow the Money, "Amsterdamse servers zijn stroomslurpers (en hun restwarmte benutten maakt de zaak nog erger)"
- 03 RVO, "Warmte uit datacenters" (nov 2018)
- 04 RVO, "Restwarmte datacenters"
- 05 Duurzaam Gebouwd, "Restwarmte van datacenters: dit zijn de grote vraagstukken"
- 06 Stichting Warmtenetwerk, "Restwarmte van datacenters: dit zijn de grote vraagstukken"
- 07 Dutch Cloud Community, "Vloeibaar koelen in het datacenter: wat zijn de trends?"
- 08 NPLW, "Lagetemperatuur warmtenet"
- 09 NPLW, "Zeerlagetemperatuur warmtenet"
- 10 Milieu Centraal, "Lagetemperatuurverwarming (LTV)"
- 11 Royal Brinkman, "Soorten kasverwarming"
- 12 Energiebewust Ontwerpen, "COP uitleg"
- 13 Frank Energie, "COP warmtepomp"
- 14 EnergyGo, "Kansen voor restwarmtebenutting uit datacenters" (2014)
- 15 NPLW, "Gebruik restwarmte uit datacenter Aalsmeer in uniek energie-uitwisselingsnet"
- 16 BlueTerra, "Restwarmte van datacenter NorthC mogelijk duurzame warmtebron voor Royal FloraHolland"
- 17 Energielinq, "Energy Hub Aalsmeer: slimme uitwisseling van warmte en koude"
- 18 TW.nl, "Datacenter QTS Groningen levert restwarmte aan 10.000 huishoudens"
- 19 Computable, "QTS Groningen levert restwarmte aan WarmteStad"
- 20 WarmteStad, "Definitief: restwarmte gaat warmtenet Groningen-Noordwest verwarmen"
- 21 Dutch Data Center Association, "QTS Groningen restwarmte"
- 22 Energie voor Elkaar, "Intentieverklaring inkoppeling restwarmte datacenter voor warmtenet Polderwarmte"
- 23 Switch Datacenters, "Datacenter heat to warm greenhouses: agreement signed for Uithoorn heat network"
- 24 Regio Online, "Datacenterwarmte voor kassen in de regio Amsterdam"
- 25 Computable, "Switch Datacenters omzeilt bouwstop via vergroeningsplan"
- 26 ACM, "ACM stelt maximale warmtetarieven 2026 vast"
- 27 Woonbond, "ACM stelt warmtetarieven 2026 vast"
- 28 PONT Klimaat, "ACM stelt maximale warmtetarieven 2026 vast"
- 29 Duurzaam Bouwloket, "Warmtenet"
- 30 Verduurzamen Rotterdam, "Warmtenet Rotterdam: kosten en subsidie 2026"
- 31 NPLW, "Individuele installaties aansluiten op bestaande bouw: kengetallen"
- 32 Warmte365, "Duitsland kan Europees koploper worden van de grootschalige warmtepomp"
- 33 VNG, "Wet collectieve warmte"
- 34 Eerste Kamer, wetsvoorstel 36576 (Wet collectieve warmte)
- 35 NPLW, "Wet collectieve warmte (Wcw)"
- 36 Rijksoverheid, "Besluit collectieve warmte"
- 37 Dirkzwager, "Nieuwe warmtewetgeving 2026: wat de Wcw en Wgiw betekenen voor gemeenten, warmtebedrijven en investeerders"
- 38 White & Case, "Data center requirements under new German Energy Efficiency Act"
- 39 Cundall, "Why Germany's Energy Efficiency Act makes waste heat recovery a national priority"
- 40 Columbia Climate Law Blog, "From EU framework to national action: how Germany regulates data center energy use"
- 41 Taylor Wessing, "Abwärme von Rechenzentren"
- 42 GreenDatacenters, "Duurzaamheid en omgeving"