Ga naar inhoud

Kennis

Waarom een datacenter met eigen netaansluiting het stroomnet júist helpt

Toby Demelker Founder & CTO

6 augustus 2026 11 min leestijd
KE·01

De eerlijke openingszet

Laten we beginnen met het cijfer dat critici als eerste zullen noemen, want dat hoort ook zo. Datacenters in Nederland gebruikten in 2024 5.100 GWh elektriciteit: 4,6% van het totale Nederlandse verbruik, tegenover 3,3% in 2021. Dat is een groei van 37% in drie jaar, vergelijkbaar met het stroomverbruik van bijna twee miljoen huishoudens (CBS). Ongeveer 45 grote datacenters, elk met een verbruik boven 10 GWh per jaar, zijn samen verantwoordelijk voor zo'n 90% van dat totaal.

TenneT gaat ervan uit dat de datacentervraag richting 2030 verder oploopt naar 10 tot 15% van het totale Nederlandse elektriciteitsverbruik, met de kanttekening dat zulke lange-termijnprojecties onzeker zijn en sterk afhangen van hoe lang de huidige AI-investeringsgolf aanhoudt (NOS). Dat is precies het cijfer waarmee iedereen die zegt dat datacenters het net "helpen" om de oren wordt geslagen, en terecht: een sector waarvan het aandeel in het nationale verbruik volgens TenneT's eigen prognose richting 2030 ruwweg verdubbelt, is geen partij die met droge ogen kan beweren geen deel van het probleem te zijn.

Dit artikel beweert dat ook niet. De stelling is nauwkeuriger, en minder comfortabel voor iedereen die liever een simpel verhaal hoort: een datacenter dat wordt ontworpen als grid-asset (met een bestaande, gecontracteerde aansluiting, opslag en een flexibiliteitscontract) kan het net op specifieke, aanwijsbare manieren ontlasten, zonder dat dat de eerste alinea van dit stuk ongedaan maakt. Beide dingen zijn waar. De rest van dit artikel legt uit hoe dat samengaat, welke mechanismen daadwerkelijk bestaan (met bron), en welke beweringen we bewust niet doen omdat het bewijs er nog niet is.

Hoe netcongestie echt werkt

Netcongestie klinkt abstract totdat je de wachtrij ziet: begin 2026 stonden zo'n 14.000 grootverbruikers (bedrijven en instellingen die een nieuwe of zwaardere elektriciteitsaansluiting willen) op de wachtlijst (NOS). Vanaf 1 juli 2026 is die wachtlijst niet langer voorbehouden aan grootverbruikers: kleinverbruikers, waaronder veel mkb-bedrijven, komen op dezelfde lijst te staan, geordend via een nieuw prioriteringsregime (Ondernemen.nl, Vakcentrum, Hys Legal). Minister Sophie Hermans (Klimaat & Groene Groei) formuleerde het onomwonden: "Ondernemers die wachten op een nieuwe of zwaardere aansluiting kunnen niet wachten [op netverzwaring]." VNO-NCW-voorzitter Ingrid Thijssen noemde netcongestie "een van de grootste obstakels in ons investeringsklimaat" (beide NOS).

Om te begrijpen waarom die wachtrij bestaat, moet je twee dingen uit elkaar houden die in de publieke discussie vaak door elkaar lopen: het aanbod tot aansluiting en het daadwerkelijke transport over een eenmaal gerealiseerde aansluiting. Onder de Energiewet, die sinds 1 januari 2026 van kracht is, bestaat er nog altijd een aansluitplicht als uitgangspunt, maar de vaste wettelijke aansluittermijn uit de oude Elektriciteitswet is sinds 22 februari 2025 geschrapt. Netbeheerders moeten binnen een "redelijke termijn" aansluiten, een termijn die de ACM beoordeelt (Klimaatweb, DeHaan Advocaten, PONT Omgeving). Die aansluitplicht is echter niet onvoorwaardelijk: op grond van de Energiewet mag een netbeheerder een aanbod tot aansluiting weigeren zolang er onvoldoende transportcapaciteit beschikbaar is, mits hij dat onderbouwt en meldt bij de ACM, en verplicht blijft zijn net zo uit te breiden dat de aanvrager alsnog zo snel mogelijk kan worden aangesloten (ACM; Nysingh). Los daarvan geldt een tweede, aparte weigeringsgrond ná een eenmaal gerealiseerde aansluiting: ook het daadwerkelijke transport van stroom over een bestaande aansluiting kan de netbeheerder weigeren of beperken wanneer de netbelasting dat vereist (ACM; Nysingh). Met andere woorden: schaarste aan transportcapaciteit kan zowel het aansluitaanbod zelf raken als, ná realisatie, het gebruik ervan. Precies daarom is een aansluiting die al is toegewezen én waarvoor al transportcapaciteit is gecontracteerd, iets fundamenteel anders dan een plek in de wachtrij: zie het volgende hoofdstuk.

Hoe acuut dit kan worden, liet de crisis in Flevoland, Gelderland en Utrecht zien. TenneT waarschuwde begin 2026 dat deze regio's tegen hun absolute capaciteitsgrens aanliepen. Een dreigende, brede aansluitstop werd via een crisisaanpak grotendeels voorkomen (dat meldde het Rijk op 21 april 2026), maar in één van de vijf onderzochte deelgebieden, grotendeels de provincie Utrecht, bleek een aansluitpauze wél nodig om de netveiligheid te garanderen (Rijksoverheid, TenneT, provincies Flevoland en Gelderland). Bedrijven die in dat deelgebied alert moeten blijven, zijn onder meer hoogverbruikende industrie, warmtepomp-installaties en datacenters. Dat laatste is geen voetnoot: het betekent dat een datacenter in een congestiegebied precies hetzelfde risico loopt als elke andere grootverbruiker, en dat een ontwikkelaar die dat wegwuift, de wachtrij niet serieus neemt.

De landelijke respons hierop kreeg op 4 februari 2026 een naam: het "Aansluitoffensief", een gezamenlijk plan van Rijk en netbeheerders met acht aangekondigde doorbraken om de wachtrij te versnellen (Rijksoverheid). De onderliggende Kamerbrief spreekt van een aanzienlijk deel van de wachtrij dat binnen twee jaar geholpen moet zijn. De netbeheerders zelf schetsen de schaal van de onderliggende netverzwaring: circa €200 miljard aan investeringen, zo'n 80.000 kilometer nieuwe kabel en 50.000 nieuwe transformatorstations, met, in hun eigen woorden, "één op de drie straten" die daarvoor open moet (NOS, op basis van gezamenlijke netbeheerdercijfers). Dat is geen project dat in twee jaar klaar is. Het is precies de reden waarom de instrumenten in het volgende hoofdstuk, die geen nieuwe kabel vergen, zoveel aandacht krijgen.

Waarom een bestaande aansluiting het schaarse goed is

Als transportcapaciteit het echte knelpunt is, dan is een aansluiting die al gecontracteerd is (met een transportrecht dat al is toegewezen) een activum op zichzelf, los van wat er op die aansluiting wordt aangesloten. Dat is de kern van de "congestion is the moat"-gedachte: wie al een plek in de wachtrij heeft veroverd, kan met een aantal marktinstrumenten meer waarde uit die plek halen dan door simpelweg stroom af te nemen wanneer het uitkomt. Vier instrumenten zijn inmiddels operationeel of hebben een vaste ingangsdatum.

Instrument Wat het is Wie het aanbiedt Wat het oplevert
Congestiemanagement Netbeheerder compenseert flexibele afnemers financieel om verbruik/opwek tijdens piekmomenten aan te passen, zodat extra klanten zonder netverzwaring kunnen worden aangesloten. Onderdeel van de Netcode elektriciteit sinds november 2022; ACM publiceerde in 2024 een herzien codebesluit met duidelijkere deadlines voor congestieonderzoek. Regionale netbeheerders (Liander, Enexis, Stedin e.a.), onder ACM-codebesluit Financiële compensatie voor de deelnemer; ruimte in het net voor anderen
Non-firm ATO (alternatief transportrecht) Aansluit- en transportovereenkomst zonder gegarandeerd transportrecht: transport wanneer de netbelasting het toelaat, tegen een lager transporttarief dan een firm-ATO. Netbeheerders, via een ACM-codewijziging Toegang tot vrije transportcapaciteit tijdens daluren, tegen lagere kosten dan een volwaardige aansluiting
Groepstransportovereenkomst (GTO) Een groep bedrijven op hetzelfde net deelt gezamenlijk gecontracteerd transportvermogen door piek- en dalverbruik onderling af te stemmen; elk bedrijf behoudt zijn eigen aansluitovereenkomst. ACM verankerde de GTO op 19 december 2025 in de Netcode; vanaf 1 januari 2027 zijn netbeheerders verplicht een GTO aan te bieden aan partijen die aan de voorwaarden voldoen. Netbeheerders (Enexis, Liander e.a.), verplicht vanaf 2027 Effectief meer gezamenlijke transportcapaciteit voor de groep, zonder dat elk bedrijf apart hoeft te wachten op netverzwaring
Cable pooling Meerdere opwek- of opslaginstallaties (zon, wind, batterij) delen één aansluiting/kabel, waardoor pieken worden vermeden en netcapaciteit efficiënter wordt benut zonder dubbele aansluitkosten. ACM gaf hiervoor groen licht. Netbeheerders, na ACM-toestemming Eén aansluiting voor meerdere assets; minder wachttijd en lagere aansluitkosten per asset

Voor een datacenterontwikkelaar is de praktische consequentie simpel om te formuleren en lastig om te realiseren: een grid-secured locatie met een reeds gecontracteerde, voldoende zware aansluiting is per definitie schaars, en die schaarste kun je actief inzetten: door mee te doen aan congestiemanagement, door een deel van het contract als non-firm af te nemen zodat er ruimte overblijft voor anderen op hetzelfde net, of door aansluiting te zoeken bij een GTO zodra netbeheerders die vanaf 2027 verplicht moeten aanbieden. Dat is geen vrijblijvende marketingclaim; het zijn contractvormen die netbeheerders en de ACM zelf hebben vastgelegd, met concrete data en instanties erachter.

De voorwaarden waaronder een datacenter het net écht helpt

Hier moeten we precies zijn over wat een ontwerpkeuze is en wat een automatisme. Een datacenter helpt het net niet omdat het een datacenter is: het helpt het net alleen als het zo wordt gebouwd en gecontracteerd dat het kan.

RVO en Topsector Energie financierden onderzoek naar precies deze vraag (het Dialogic-project "Hoe flexibel zijn datacenters?") met als kwalitatieve kernbevinding dat vooral hyperscalers potentieel hebben voor energieflexibiliteit: via time-shifting (workloads verplaatsen naar momenten met meer beschikbare, duurzame stroom) en location-shifting (workloads verplaatsen naar regio's met goedkopere of schonere energie), aangevuld met UPS-systemen, generatoren, batterijen en preventieve koeling als buffer. Diezelfde studie noemt ook de belemmeringen: onvoldoende prijsprikkels, beperkende regelgeving rond contractvormen, technische beperkingen in bestaande systemen, gebrek aan coördinatie en ruimtelijke discussies. Er bestaat geen betrouwbaar, gepubliceerd percentage van hoeveel van de Nederlandse datacenterload daadwerkelijk flexibel is: dat cijfer bestaat simpelweg nog niet in openbare vorm, ondanks actief onderzoek, en we noemen hier bewust geen schatting.

Dat brengt ons bij een nuance die zelden in datacenter-PR terechtkomt: niet elke workload is even flexibel. Klassieke datacenter-IT (de rekencapaciteit achter reguliere clouddiensten) draait grotendeels als baseload: stabiel, continu, met weinig ruimte om te schuiven. Recent onderzoek naar AI-workloads suggereert dat trainingstaken (in tegenstelling tot latency-gevoelige inferentie) tijdelijke vertraging vaker kunnen verdragen zonder verlies van modelkwaliteit, en dus theoretisch meer flexibiliteitspotentieel bieden. Dat onderzoek staat nog in een vroeg stadium (het gaat om academische preprints, niet om vastgestelde consensus) en we noemen het hier als richting, niet als bewezen praktijk. Het eerlijke uitgangspunt blijft: het basisprofiel van een datacenter is en blijft grotendeels baseload, en flexibiliteit is een laag die je er bovenop moet ontwerpen, geen eigenschap die er vanzelf inzit.

BESS op MW-schaal, gecombineerd met een energiemanagementsysteem, kan die laag leveren: batterijen bufferen pieken, maken het mogelijk om non-firm transportrechten te benutten, en kunnen, in theorie, deelnemen aan congestiemanagement door verbruik of opwek op piekmomenten aan te passen tegen financiële compensatie. Hier moet dit artikel, in lijn met de eigen belofte van transparantie, iets zeggen wat de meeste datacenter-communicatie vermijdt: er is op dit moment geen publiek bekend Nederlands voorbeeld van een datacenter waarvan een BESS-systeem met een concreet, gepubliceerd cijfer heeft aangetoond dat het netcongestie heeft verlicht. Niet omdat het principe niet zou werken: de onderliggende marktinstrumenten (congestiemanagement, non-firm ATO) bestaan en zijn actief, maar omdat niemand, voor zover te vinden, het resultaat heeft gepubliceerd. Wie het tegendeel beweert met een concreet cijfer erbij, moet gevraagd worden naar de bron.

Warmte-afzet is de derde ontwerpkeuze, en hier bestaat wél een gedocumenteerd Nederlands voorbeeld: sinds 2015 verwarmt de restwarmte van het NorthC-datacenter in Aalsmeer, via de "Energy Hub Aalsmeer", gasloos een kinderopvang, sportcentrum De Waterlelie en plantenexporteur Fertiplant in de wijk Hornmeer. Het datacenter ontvangt in ruil koude terug, wat elektriciteit voor koeling bespaart. Het project kwam tot stand met steun van RVO, via de MJA3-ICT-onderzoeksregeling en de DEI-subsidie (NPLW, BlueTerra, Energielinq). Het laat zien dat warmte-afzet werkt als lokale, kleinschalige uitwisseling met een concrete afnemer vlakbij, niet als abstracte belofte.

Samengevat: flex, BESS en warmte-afzet zijn geen eigenschappen die een datacenter automatisch heeft. Het zijn ontwerpkeuzes (vastgelegd in contracten, buffercapaciteit en fysieke warmte-infrastructuur) die een ontwikkelaar wel of niet maakt. Een datacenter zonder die keuzes is precies het grootverbruikersprofiel uit de eerste alinea van dit artikel: een blok baseload-vraag dat de wachtrij langer maakt. Een datacenter mét die keuzes is iets anders, en dat verschil zit in het ontwerp, niet in de sector.

De FTM-toets

Elk artikel dat beweert dat datacenter-restwarmte iets oplevert, moet zich verhouden tot de meest kritische Nederlandse berichtgeving erover. Follow the Money concludeerde in een onderzoek naar restwarmte bij Big Tech-datacenters dat het hergebruik van restwarmte vaak vooral PR is: Google's eigen "duurzaamheidsdriehoek"-plan voor het Eemshaven-datacenter, met kassen als afnemer, werd al in 2012 losgelaten, vóór de opening van het datacenter in 2016. Volgens FTM wordt circa 90% van de restwarmte simpelweg geloosd, in lucht of water. En restwarmte komt vaak vrij op een laag temperatuurniveau (FTM noemt 25–30°C), wat opwaardering met dure warmtepompen vereist, een proces dat zelf weer elektriciteit kost, waardoor een warmtenet op basis van datacenter-restwarmte volgens FTM potentieel "vervuilender dan bestaande ketels" kan uitpakken. FTM's conclusie is scherp: bedrijven en gemeenten die de restwarmte-belofte blijven herhalen terwijl de praktijk die weerlegt, kunnen zich "niet van de domme houden."

Dat is geen kritiek die je kunt wegwuiven met een andere PR-zin, en dat doen we hier ook niet. Wat we wél kunnen doen, is het onderscheid maken dat FTM zelf impliciet maakt: het probleem in het Eemshaven-geval was niet dat restwarmtebenutting principieel onmogelijk is, maar dat een aangekondigde afnemer er nooit kwam en de belofte bleef staan nadat de praktijk allang anders was. NorthC Aalsmeer, hierboven genoemd, is precies het tegenovergestelde patroon: een kleinschalige, direct nabijgelegen afnemer (kinderopvang, sportcentrum, plantenexporteur) die al sinds 2015 daadwerkelijk warmte afneemt: geen aangekondigd plan, maar een lopende uitwisseling. De les die daaruit volgt, is niet dat restwarmte per definitie werkt, maar dat het alleen werkt wanneer een concrete afnemer, op realistische afstand, met een passend temperatuurniveau, daadwerkelijk is gecontracteerd vóórdat de belofte wordt gecommuniceerd, niet erna. Hoe wij dat vertalen naar ontwerp en omgevingsinpassing staat op /nl/duurzaamheid-en-omgeving; ook daar geldt: wat niet met een cijfer of contract te onderbouwen is, communiceren we niet als vaststaand.

Wat gemeenten en grondeigenaren hieraan hebben

Voor een gemeente die een datacenteraanvraag beoordeelt, is de vraag niet of datacenters netcongestie veroorzaken: dat doen ze, net als elke andere grote verbruiker, en dat is precies waarom een aansluiting in een congestiegebied nooit vanzelfsprekend is. De vraag die er wél toe doet, is of een specifieke ontwikkeling wordt gecontracteerd en ontworpen om binnen de bestaande transportcapaciteit te opereren, via congestiemanagement, non-firm afname of een groepstransportovereenkomst, in plaats van simpelweg een plek in de wachtrij te claimen en de rest aan de netbeheerder over te laten. Dat onderscheid is te verifiëren: vraag naar het type transportovereenkomst, naar deelname aan congestiemanagement, en naar de onderbouwing van elke warmte- of flexibiliteitsclaim, precies zoals dit artikel dat hierboven zelf heeft proberen te doen.

Hoe wij die aansluitstrategie, opslag en operationele weerbaarheid concreet inrichten, staat uitgewerkt op /nl/stroom-en-leveringszekerheid. Wilt u een specifieke locatie, aansluiting of congestiesituatie met ons doornemen (als gemeente, netbeheerder-relatie of grondeigenaar), neem dan contact op via /nl/contact.

KE·02  Bronnen

Bronnen

  1. 01 CBS, "Datacenters verbruiken 4,6 procent van de elektriciteit" (2025)
  2. 02 CBS, maatwerktabel "Elektriciteit geleverd aan datacenters, 2017-2024"
  3. 03 NOS, "Datacenters gebruiken enorm veel stroom: wat kost het en wat levert het op?"
  4. 04 NOS, "Wachtlijst voor elektriciteitsaansluiting bedrijven kan flink korter"
  5. 05 Ondernemen.nl, "Netcongestie 1 juli 2026: ook kleinverbruikers op de wachtlijst"
  6. 06 Vakcentrum, "Netcongestie vanaf 1 juli 2026: ook kleinverbruikers op de wachtlijst"
  7. 07 Hys Legal, "Netcongestie: prioritering per 1 juli 2026"
  8. 08 Klimaatweb, "De aansluitplicht nu en in de nieuwe Energiewet"
  9. 09 DeHaan Advocaten, "De aansluitplicht nu en in de nieuwe Energiewet"
  10. 10 PONT Omgeving, "Energiewet: aansluitplicht"
  11. 11 ACM, "Transport van elektriciteit vereist vergaande maatregelen van netbeheerder"
  12. 12 Nysingh, "Netcongestie en de Elektriciteitswet: wanneer mag een netbeheerder een aansluiting of transportvermogen weigeren?"
  13. 13 Rijksoverheid, "Aansluitstop stroomnet Flevopolder, Gelderland en Utrecht grotendeels voorkomen door stevige maatregelen" (21 apr 2026)
  14. 14 TenneT, "Heldere afspraken en stevige maatregelen voorkomen een brede aansluitpauze stroomnet Flevopolder, Gelderland en Utrecht"
  15. 15 Provincie Flevoland, "Geen aansluitstop voor Flevoland door gezamenlijke aanpak"
  16. 16 Provincie Gelderland, "Aansluitstop in Gelderland voorlopig voorkomen"
  17. 17 Rijksoverheid, "Gezamenlijk plan om de wachtrij voor het volle stroomnet komende jaren fors te versnellen" (Aansluitoffensief, 4 feb 2026)
  18. 18 Rijksoverheid, Kamerbrief Aansluitoffensief netcongestie (4 feb 2026)
  19. 19 ACM, codebesluit congestiemanagement
  20. 20 ACM, Q&A over congestiemanagement en capaciteitsbeperkingscontract
  21. 21 Netbeheer Nederland, "ACM geeft groen licht voor cable pooling"
  22. 22 RVO, "Cable pooling"
  23. 23 Dirkzwager, "Blogreeks juridische oplossingen netcongestie (2): cable pooling en de Energiewet"
  24. 24 Enexis, "Groepstransportovereenkomst"
  25. 25 Liander, "Transportovereenkomst voor groepen"
  26. 26 Klimaatweb/PONT, "De gewijzigde Netcode elektriciteit: de groepstransportovereenkomst"
  27. 27 Netbeheer Nederland, "Zo werkt het: alternatieve transportrechten"
  28. 28 ELIX, "Non-firm ATO"
  29. 29 ACM, codewijzigingsvoorstel non-firm ATO
  30. 30 Dialogic, "Hoe flexibel zijn datacenters?"
  31. 31 Topsector Energie, "Analyse systeemkansen energieflexibiliteit clouddiensten" (Dialogic)
  32. 32 arXiv, "To Defer or To Shift?" (2604.05376)
  33. 33 arXiv, "Inference as Flexibility" (2606.21833)
  34. 34 arXiv, "Power-Flexible AI Data Centers" (2606.25098)
  35. 35 NPLW, "Gebruik restwarmte uit datacenter Aalsmeer in uniek energie-uitwisselingsnet"
  36. 36 BlueTerra, "Restwarmte van datacenter NorthC mogelijk duurzame warmtebron voor Royal FloraHolland"
  37. 37 Energielinq, "Energy Hub Aalsmeer: slimme uitwisseling van warmte en koude"
  38. 38 RVO, "Restwarmte datacenters"
  39. 39 Follow the Money, "'Groene' restwarmte datacenters is vooral kille PR"